dotterklein

Ode aan de beekprik

Dit ‘light’ gedicht (2013) is gepresenteerd aan de gemeente Apeldoorn
en haar college van burgemeester en wethouders.
Het B en W maakt zich sterk voor Apeldoorn als Groenstad, onder meer door
de oorspronkelijke herinvoering van het unieke beek- en sprengenstelsel
in en om Apeldoorn, waarvan de Grift de hoofdader is.
De succesvolle aanpak heeft geleid tot terugkeer van de beekprik, bij uitstek een
indicator voor schoon water en een goed biotoop.

 

Ode aan de beekprik

Wie zag hem ooit
Dat monstertje met zijn frivole vorm?
Die fijne mix van een gepijnigd zeepaard
En een fikse regenworm.
Waarom hij wegbleef en weer opdook,
Zal ik verklaren ik in dit lied.
Heel graag hoor ik uw eigen versie,
Alleen nu even niet …
De oude Grift ging lang geleden onder
In duiker en in rioleringsbuis.
Verloor zijn bedding en zijn beekloop
En de beekprik dus zijn huis.
Soms kwam de Grift ergens naar boven,
De aanblik van een nat verval.
Een schaambeek en tot nader order,
De Grift van dobberblik en lekke bal.
Maar Apeldoorn, jij Buitenstad,
Wat ging je goed aan het werk!
De beek ging open en werd schoon,
De beekprik werd een stevig merk.
Dus voor de liefhebber nog even
Wat vissenfeiten op een rij.
Ken de cyclus van het beekprikleven
En dan hoor je er echt bij!
De beekprik leeft zo’n vier en half jaar als larf,
Een woord waarop het moeilijk rijmen is.
Dan volgt volwassen onderwatersex
En na een half jaar is het exit vis.
Misschien in Ugchelen of bij Marialust
Vindt de beekprik zijn finale rust.
De laatste belletjes, een laatste wens…
De beekprik is soms net een mens.
O beek der beken, stroom der stromen!
Laat deze woorden op mijn grafsteen komen:
Beste Apeldoorner
Hier lig ik
Vroeger was ik uiterst zeldzaam
Tegenwoordig ben ik vaste prik

 

Pin It