Prinses Margriet

on May 7
in

× Back To The Portfolio
× Back Home

Interview HKH Prinses Margriet / Cultuur & lifestyle magazine Eigen! / Voorjaar 2009.

Prinses Margriet – Een mensen-mens met idealen

Koninklijke Hoogheid, om te beginnen een vraag namens mijn oude
moedertje van 88 en fan voor het leven: ‘Hoe krijgt de prinses het toch
altijd weer voor elkaar om er zo goed uit te zien?’

Bedank uw moeder maar voor het compliment; ik voel me vereerd!

Doet u er speciale dingen voor qua fitness, voeding, verzorging en
ontspanning? Of is er sprake van De-Geheime-Prinses-Margriet-Aanpak?

Nou, geheimen heb ik absoluut niet. ( Lachend) Althans… niet op dít gebied! Ik
eet gezond, wandel graag, en ik houd van paardrijden, schaatsen en skiën. In
een goed boek duiken of naar een mooie toneelvoorstelling gaan vind ik heerlijk
ontspannend.

Die zonnige uitstraling zat er bij u klaarblijkelijk al vroeg in; ik las
op Wikipedia dat men u bij de Kabouters ( = soort padvinderij voor
meisjes) ‘Kabouter Vrolijk’ noemde.

(Eerst ongelovig, dan schaterend) Kabouter Vrolijk?!… Dan weet u meer dan ik!
Benieuwd naar wat er nog meer over me vermeld wordt.

Klopt het beeld van Kabouter Vrolijk als representant van uw gemoed?
Ja, dat denk ik wel. Ik heb meestal wel een goed humeur. Toch? (Kijkt even naar
haar aanzittende particuliere secretaris mevrouw Eerbeeke, die instemmend
knikt)

Wat zijn dingen die u van slag kunnen brengen?
Als mensen iets langzaam doen, terwijl het veel sneller kan. Dat geldt trouwens
ook voor mezelf: ik ben ongeduldig, mijn hele leven al. Ik kan het hebben bij
eindeloze procedures rond besluitvorming en alle bureaucratie die daarmee
gepaard gaat. Of tijdens organisatieveranderingen, waarbij alle neuzen in
dezelfde richting moeten komen te staan.
Wat dat betreft heb ik bij het Rode Kruis geleerd wat Geduld is. Maar nogmaals,
het zegt ook iets over mezelf.

Nou we het daar toch over hebben: sommige dingen doet u weliswaar
zorgvuldig, maar inderdaad behóórlijk langzaam. Ik heb u op tv bezig
gezien met het maken van een kerstkrans… poeh!

(Vrolijk protesterend) Ja, maar dat was niet helemaal eerlijk geregistreerd. Ik
maak elk jaar kerstkransen voor de hele familie en tijdens dat programma legde
ik steeds elk exemplaar dat ik af had op de grond. Dát werd tijdens de uitzending
helaas niet in beeld gebracht, waardoor veel kijkers gedacht zullen hebben: wat
doet de prinses toch lang over die ene krans!

U vervult als prinses een aantal functies en één daarvan is een
representatieve. Samen met uw echtgenoot begeleidt u buitenlandse
gasten die op staatsbezoek zijn. Wat wordt er tijdens zo’n
aangelegenheid van u verwacht?
Een echte gastvrouw te zijn. Dus het op gang brengen en onderhouden van
gesprekken, anderen de kans geven om met de staatshoofden in contact
te komen, aanvullende informatie geven over bezienswaardigheden. Het
interessante is dat sommige staatshoofden – en met name hun vrouwen – soms
speciale verzoeken hebben, waardoor je als begeleider nieuwe en verrassende
ervaringen in eigen land kan opdoen.

Wat zijn voor staatshoofden op bezoek in Nederland zoal the ‘places to
be’?

Die liggen doorgaans in het westen van het land, met als hoogtepunt de
Deltawerken. Maar die locaties kunnen naar gelang van keuze verschillen. En
dat geldt ook voor bezoekers met een thematische voorkeur. Zo had mevrouw
Bush senior grote belangstelling voor bepaalde vormen van onderwijs en dat was
medebepalend voor de invulling van het staatsbezoek.

Over Amerika gesproken: welke eisen stelt dat land aan de veiligheid
van een staatsbezoek?

Wanneer de Amerikaanse president op bezoek komt, wordt door de Amerikanen
zelf alles beveiligd. En dan bedoel ik niet alleen de beveiliging van het
bezoekende staatshoofd, maar ook die van het bezochte land. Ik zat een keer
in een hotel in Genève toen de Amerikaanse president binnenkwam; dat leidde
opeens tot een meer dan stevige beperking van mijn bewegingsvrijheid!

U staat alom bekend als een uitgesproken ‘mensen- mens’: warm en
betrokken, begaan met de minder bedeelden der aarde. Wat kunt u in
dat kader vertellen over uw activiteiten bij het Rode Kruis?

(Lachend) Ja, als u me dáárover aan het woord laat!…

Ik heb voor alle zekerheid nog een extra bandje meegenomen…
Gelukkig. Het werk van het Rode Kruis speelt zich af op locaal, nationaal
en internationaal niveau, en dwars daar doorheen speelt het internatonaal
humanitair recht. Daarbij stelt het Rode Kruis zich vanuit haar grondbeginselen
op als een onafhankelijke organisatie, die humanitaire hulp verleent zonder
onderscheid in geloof, ras of politieke overtuiging.
De activiteiten binnen het Rode Kruis zijn behoorlijk divers van karakter: op
lokaal niveau heb je de hulp om de hoek in Apeldoorn; op nationaal niveau hulp
bij grote wedstrijden, evenementen en rampen; op internationaal niveau gaat
het vaak om oorlogsconflicten of natuurrampen, zoals overstromingen of juist
periodes met grote droogte.
Met betrekking tot de vaak desastreuze gevolgen van klimaatsveranderingen
heeft het Nederlandse Rode Kruis het initiatief genomen voor de oprichting
van het Klimaatcentrum, dat inmiddels ook internationaal veel impact heeft.
De moeilijkheid met het klimaatsvraagstuk was, dat men het lange tijd vooral
zag als een milieuprobleem. Voor het Rode Kruis lag – en ligt – de nadruk op
het humanitaire probleem. Het Klimaatscentrum bereidt mensen in risicovolle
gebieden voor op eventuele noodsituaties door ze weerbaarder en zelfredzamer
te maken. En die aanpak blijkt te werken. Zo zagen we tijdens de recente
overstromingen in Myamar (voormalig Birma) – waar geen hulpverleners
mochten komen – dat plaatselijke, door het Rode Kruis getrainde vrijwilligers, de
grootste nood probeerden te lenigen. Het was natuurlijk te weinig, maar het was
in ieder geval wat.
Die trainingen zijn overigens heel praktisch van opzet. Er wordt gebruik
gemaakt van eenvoudige middelen als trommels, fluitjes en bellen om elkaar te
waarschuwen en tijdens de trainingssessies wordt ook ingeoefend waar mensen
naar toe moeten. In het overstromingsgevoelige Bangladesh vlucht men bij
voorbeeld naar huizen op palen, die zowel school, gezondheidscentrum, als
voorraadcentrum zijn. Al dit soort operaties staat in het teken van ‘disaster
reduction’ en het heeft geleid tot een spectaculaire afname van het aantal
slachtoffers.

Uw gloedvolle Rode Kruis-verhaal maakt duidelijk dat het behalen
van mooie resultaten op humanitair terrein vooral een kwestie is van
gezamenlijke inzet en volharding. Waar bent u, vanuit de invloed die u
zelf heeft kunnen uitoefenen, erg trots op?

(Prinses Margriet blijft bescheiden volharden in de ‘we’-vorm) Dat is dan toch
wel dat wij ons al bezig hielden met de impact van klimaatveranderingen vóórdat
het hoog op de politieke agenda stond. We hebben inmiddels de internationale
conferentie gehad en werkelijk alle staten hebben zich aan ons gecommitteerd
om gezamenlijk te werken aan het voorbereid zijn op humanitaire rampen ten
gevolge van klimaatveranderingen.

Bent u een echte initiator, een aanjager?
Ja, dat vind ik leuk. Ik ben acht jaar lid geweest van de standing commission,
het hoogste orgaan binnen het Rode Kruis. En hoewel ik zelf niet ambitieus
ben, maak ik wel graag ambitieuze plannen: ik ben heel ambitieus in wat ik wil
bereiken! En dat is me best goed gelukt in die periode. Daarna vond ik het tijd
om de fakkel over te dragen. Nieuwe mensen, nieuwe ideeën.

Na bijna vijf(!) lustra als voorzitter van de Europese Culturele Stichting,
heeft prinses Laurentien vorig jaar uw positie overgenomen. Als
eerbetoon werd bij uw afscheid de Prinses Margriet Prijs in het
leven geroepen, die jaarlijks wordt uitgereikt aan mensen die zich
verdienstelijk hebben gemaakt met culturele uitingen die de diversiteit
van Europa benadrukken. Waarom is de ECS ooit opgericht?

De stichting is opgericht uit de puinhopen van de tweede wereldoorlog, vanuit
het besef dat een verenigd Europa louter op basis van economie niet genoeg
was. Men begreep dat ook culturele uitwisseling – met behoud van eigen
identiteit – van cruciaal belang was voor de vrede en eenheid binnen Europa.
Als tweede oorlogskind heb ik vanuit mijn voorzittersrol steeds benadrukt hoe
belangrijk het is om gezamenlijk te blijven bouwen aan culturele en sociale
overbrugging: dat is heel wat meer dan ‘geen oorlog’. En dat typeert nog altijd
de visie en werkwijze van de ECF, die feitelijk parallel lopen aan die van het Rode
Kruis.

Even naar de cultuur der ontspanning: u bent beschermvrouwe van het
gezelschap Introdans. Wat houdt dat precies in?

Het is een eretitel en eentje die me goed past. Ik ben mijn leven lang al gek
op ballet en ik heb een grote bewondering voor Introdans; het élan dat ze
uitstralen, de passie, de drive om steeds weer beter te willen performen – Alles
bij elkaar heel inspirerend. Ik was niet voor niets ontzettend blij toen Introdans
– in samenwerking met Orpheus – een prachtige verrassingsvoorstelling gaf ter
ere van mijn 65ste verjaardag! Daarnaast vond ik het erg leuk dat ik zelf mensen
mocht uitkiezen om de voorstelling bij te wonen. Ik heb toen ook een aantal
Apeldoornse vrijwilligers uitgenodigd en samen hebben we zitten genieten!

Kunt u ook wanneer u niet jarig bent zonder donker gebrilde bodyguards
naar Introdans gaan? Of zomaar door de stad lopen?

Ja hoor, geen probleem. Ik word wel herkend natuurlijk, maar daar blijft het dan
ook bij.

Last but not least: heeft u nog wensen voor de toekomst?
Ja, de voortzetting van het goede werk van het Rode Kruis. Een andere vurige
wens van me is een nóg grotere aandacht voor de Paralympics. Een eerste grote
stap in die richting, waarvoor ik de NOS zeer erkentelijk ben, is dat ze in prime
time een uitzending over de prijsuitreiking hebben gemaakt. Toch zou ik onder
de mensen graag nog meer enthousiasme voor de gehandicaptensport los willen
maken. Het Chinese publiek gaf alvast het goede voorbeeld met
uitzinnig gejuich en afgeladen tribunes! Ik vind dat deelnemers aan de
Paralympics onze aandacht dubbel en dwars verdienen: eerst moeten ze hun
handicap overwinnen en daarna ook nog eens een keer topprestaties leveren!

« »

Comments are closed.