Ilja Gort

on Mar 25
in

× Back To The Portfolio
× Back Home

Interview Ilja Gort / KoffieTCacao nr. 9 / 21-1-2014

Ilja Gort maakte fortuin als componist van succesvolle reclametunes,
kocht een wijnkasteel in Frankrijk, schiep een gemene Bordeaux
Superieur en verluchtigt ons bestaan met smaakvolle informatie over
alles wat met de Wondere Wereld van Wijn te maken heeft.
Hij pendelt tussen Amersfoort en zijn Chateau, dat hij deelt met
zijn ‘wijnboerenminnares’ volgens het aloude pluk-de-dag-principe:
eerst een potje neuken, daarna wat lichamelijke oefeningen en
vervolgens met de dag aan de slag. Zijn levensmotto: Het leven smaakt
goed, daarom moet je het slurpen. Voilà… Ilja!

Ilja – muzikant, componist, schrijver, wijnboer, tv persoonlijkheid…
Zoveel feestelijke talenten in één mens maakt bijna achterdochtig!

Ja, en terecht – maar ik kan die talenten echt niet allemaal tegelijkertijd
opvoeren. Componeren doe ik bijna niet meer. Ik ben nu aan het schrijven en
wijn aan het maken; voor mij een magische combi.

Is er voor jou een parallel tussen het creëren van een goed boek en een
goede wijn?

Zeker. Je moet je volledig focussen op dat ene ding in dat ene moment – wát
het ook is overigens. Je erin vastbijten. Alles om je heen vergeten, gaan tot het
uiterste en dan alleen voor het allerbeste.

Je was als componist behoorlijk succesvol met je reclametunes. Ik
noem de jingles voor Nationale Nederlanden, Duo Penotti en met name
die voor Nescafé – afgezet in 160 landen!…

(Relativerend) Ik heb ook behoorlijk wat flops gemaakt hoor. Als je maar gewoon
door blijft gaan, dan kom je er vanzelf achter wat wel en niet werkt – ik moet
minstens drie keer op mijn bek gaan voordat iets lukt. En als je dan ineens een
hit hebt, is dat het bewijs dat je het uiteindelijk snapt. (Lachend) Om met Johan
Cruijff te spreken: ‘Je snapt het pas als je het doorhebt.’

Bestaat er een gouden formule voor het maken van Die Ene
Reclametune?

Er moet natuurlijk minimaal zoiets als muzikaal talent in je zitten. En daarnaast
het talent om een brug te slaan tussen jouw artistieke ding en het diabolische
inzicht van de zakenman… Met die zakenman bedoel ik dan niet mezelf maar
mijn opdrachtgever: Wat zou hij willen? Wat zou goed voor hem zijn? Wat kan ik
voor hem doen met muziek?… Die mix eigenlijk – als dat lukt zit je goed. En ja,
je moet goed tegen kritiek kunnen. Zit jij een hele week intensief te werken aan
dat goddelijke muziekje, gaat je opdrachtgever er eens even flink in prikken: dit
vind ik niks; hier heb ik niet om gevraagd – van dat soort dingen. Kijk, het liefst
zou ik de persoon in kwestie dan aanvliegen en wurgen, maar ik dwing mijzelf
tot actief luisteren vanuit een open houding, hoe moeilijk dat ook kan zijn.
Maar vaak denk je dan ‘verdomd hij heeft gelijk, ik moet mijn creatie bijbuigen!’
Professioneel gezien komt er zo voor beide partijen meestal iets moois uit!…

Je hebt ook muzikale leaders gemaakt voor ‘De wilde keuken’, ‘Klootwijk
aan zee’ en je eigen ‘Wijn aan Gort’ – allemaal culinaire televisie met
een hoog puur & ongezoet gehalte. Hoe belangrijk is zo’n impact voor
jou?

Ik hou van duurzaamheid en biologische producten. Van echt en eerlijk. Kijk, ik
vind het in zijn algemeenheid zinvol om dingen te ontdoen van onnodige ballast;
van tierlantijnen en overdreven deftigheid. Dat wil ik dan wegsnijden om de kern
te raken. Een voorbeeld van hoe het niet moet maakte ik mee in een chique
restaurant, waar het lezen van de menukaart langer duurde dan het opeten van
de gerechten!…

Ik las dat je vegetarisch eet. Hoe paradoxaal is de Bourgondische
Vegetariër?

In mijn geval gaan die twee dingen prima samen – ik eet altijd goed en lekker,
alleen geen vlees. Met uitzondering van de vers geschoten haas, fazant of duif
die de jachtopziener mij in het jachtseizoen brengt – zo uit het wild; die eet ik
graag samen met hem op! Ook een fijne vis op zijn tijd versmaad ik niet – met
koude(!) rode wijn erbij. En als ik bij mensen te gast ben die een maaltijd met
vlees er doorheen hebben, dan ga ik daar niet over zeuren en eet het gewoon
op. Als vlees apart op mijn bord ligt, dan moffel ik dat weg en maak als het kan
onopvallend een hond blij.
Vegetarisme is in Frankrijk trouwens nog lang niet ingedaald, misschien in Parijs
maar op het platteland zeker niet. (Binnenpretje) Ik heb het meegemaakt dat
een kok op mijn château – hoewel bekend met mijn plantaardige status – me
consequent vlees bleef voorschotelen: vegetarisch eten zat domweg niet in zijn
culinaire systeem. Op een dag kwam het ‘goed’: in plaats van een stuk kip, één
grote kale tomaat op mijn bord!…

In 1994 kocht je Château la Tulipe de la Garde en inmiddels heb je
een eigen Bordeaux Superieur, die hoge onderscheidingen kreeg
op internationale wijnconcoursen. Hoe keken je Franse collega’s
aanvankelijk tegen die Hollandse wijnboer aan?

Ach ja, in het begin keken ze wat vreemd tegen me aan, zo van ‘wat een rare
man’ en ‘die houdt het hier vast niet lang vol’. Maar dat ging vrij snel over,
want we hebben van meet af aan de mensen uit het dorp betrokken bij de
opbouw van ons bedrijf: de elektricien, de timmerman, de loodgieter en ook de
burgemeester, een echte wijnliefhebber die nu voor me werkt. We aten ook vaak
met zijn allen – heel gezellig allemaal. En toen de wijnboeren na verloop van tijd
de vrachtwagens van Albert Heijn af en aan zagen rijden, was dat het bewijs dat
die Hollander toch wel iets goeds deed!… Nu brengen de meeste wijnboeren ook
onze Biologisch Boodschap in praktijk: wijn maken zonder gif te spuiten.

Schrijvenderwijs ben je ook een behoorlijk druk baasje: columns,
romans, wijnboeken, thrillers, kinderboeken… Een aantal jaar geleden
verscheen de Wijn Survivalgids – wat wilde je daarmee?

Dat boek was eigenlijk bedoeld om de kloof te dichten tussen bierdrinkers en
wijndrinkende snobs. Dus een boek voor de geïnteresseerde leek die dingen over
wijn wil weten die hout snijden. In klare taal, in plaats van dat wollige, verheven
gelul. Ik wilde simpelweg een boek maken voor bierdrinkers over wat wijn is,
waar je het moet drinken en waar je op moet letten. Dus weg met dat deftige
gekeuvel van ribbroekdragende ‘kenners’ met een hete aardappel in hun keel.
Wijn moet je opzuipen en uitpissen! Motto: Beheer je eigen kurkentrekker!

Over dat laatste gesproken: kurk of schroefdop?
Schroefdop – aantoonbaar minder schimmelgevaar, want geen kurkinfectie!

Hoe herken ik een goede wijn?
Blijft moeilijk. Kijk, jij staat in de supermarkt en moet een fles wijn hebben –
dat ben jij. Tegenover je een bombardement van marketingdeskundigen die jou
proberen te verleiden om hun product te kopen – ga er maar aan staan! Maar
er zijn een paar ankerpunten. Je kunt bijvoorbeeld kijken naar de streek waar
de wijn vandaan komt. Of naar de naam van de maker – is hij van een echte
wijnboer of komt hij uit de wijnfabriek?… Ik vind overigens de werking en de
creativiteit van marketing – op seks na dan – het leukste wat er is!

Ga je nog door met je tv programma ‘Wijn aan Gort’?
Ja, in mei gaan we weer beginnen. Het accent ligt dan niet meer alleen op
wijn, maar ook op smakelijk en gezond eten. Wij laten van dichtbij de jacht op
kwaliteitsvoedsel zien: lekker ouwehoeren met een boertje op de groentemarkt
over zijn zelfgekweekte bloemkool; we volgen een palingvisser; er worden
oesters geplukt – om maar eens wat te noemen.
Aan het eind van het programma komen maaltijd én wijn weer bij elkaar.
Maar altijd in mijn volgorde: wat eten we bij welke wijn en niet andersom!…

« »

Comments are closed.